Prenatale diagnostiek

Met vervolgonderzoek (prenatale diagnostiek) kan met zekerheid worden vastgesteld of uw kind Downsyndroom heeft. Het vervolgonderzoek bestaat uit één van de volgende twee onderzoeken:

1 Vlokkentest – het wegnemen en onderzoeken van een stukje weefsel van de moederkoek/placenta;

2 Vruchtwaterpunctie – het wegnemen en onderzoeken van wat vruchtwater.

Bij de vruchtwaterpunctie en de vlokkentest is er een kans op een miskraam als gevolg van het onderzoek. Dit gebeurt bij drie tot vier op de 1000 onderzoeken. Deze kans is gemiddeld genomen iets hoger bij de vlokkentest dan bij de vruchtwaterpunctie.

Indien u in aanmerking komt voor prenatale diagnostiek, wordt u verwezen naar het Vu medisch centrum.