Prenatale diagnostiek

Als er uit de prenatale screening blijkt dat uw kindje een verhoogd risico heeft op een chromosomale of genetische afwijking kan er door middel van vervolgonderzoek (prenatale diagnostiek) met zekerheid worden vastgesteld of hier sprake van is. Het vervolgonderzoek bestaat uit één van de volgende twee onderzoeken:

1 Vlokkentest – het wegnemen en onderzoeken van een stukje weefsel van de moederkoek/placenta;

2 Vruchtwaterpunctie – het wegnemen en onderzoeken van wat vruchtwater.

Bij de vruchtwaterpunctie en de vlokkentest is er een kans op een miskraam als gevolg van het onderzoek. De kans dat dit gebeurd is ongeveer 1:300 onderzoeken. Deze kans is gemiddeld genomen iets hoger bij de vlokkentest (1:200) dan bij de vruchtwaterpunctie.

Indien u in aanmerking komt voor prenatale diagnostiek, wordt u verwezen naar het UMC, lokactie VUmc.